Super User

Super User

Tot slot

We sluiten af, met een oude vergeelde foto die bij het opruimen van de rommelzolder werd teruggevonden. Aangetast door de tand des tijds. Het is een staatsiefoto van Fanfare Euterpe, gemaakt voor de Latijnse School (De Klokkenluider) bij gelegenheid van het 40-jarig bestaan op 2e Pinksterdag 1900. Het muziekgezelschap telde 21 leden, inclusief dirigent en president. Van slechts enkele muzikanten weten we de naam. De man in het midden met de baard en het dirigeerstokje is Jean Verheugen, de banketbakker uit de Grotestraat. Helemaal rechts, met kleine trom, staat Grad Janssen, beter bekend als Grad
van den Ellestieke. In het midden zit president Theodor van den Boogaart. Helaas is zijn gezicht onherkenbaar. De muzikanten droegen een eenvoudig uniform en een lakleren pet. Op de revers prijkte
een zilveren insigne. In 1838 legden 12 jongelui de basis voor de blaasmuziek die zou uitgroeien tot
een van de belangrijkste uitingen van onze volkscultuur. Al meer dan 170 jaar hebben de Venrayse muzikanten ons vergast op hun muziek. Honderden serenades, processies, feestelijkheden, optochten enz. enz werden door hen opgeluisterd. Cultuurhistorie om nooit te vergeten
Zondag 5 Januari 2014

Lees meer...

Oudde Tijt

Terugdenkend aan vroeger wordt menigeen wel eens overvallen door een gevoel van heimwee naar vervlogen tijden. Toen alles veel beter was, en veel gezelliger en gemoedelijker. Toen trok de harmonie
op de eerste dag van het jaar de hele dag rond om op tal van plaatsen een Nieuwjaarsaubade te brengen.
Dat leverde honderden sigaren en veel rondjes op, weet je nog? Zet wat oud-muzikanten bij elkaar,
en de verhalen zijn niet van de lucht. Wat was dat een mooie tijd, verzuchtte de oud-vaandeldrager.
Vaak dacht hij terug aan de prachtige zondag 4 december 1955, toen Euterpe zich aan de Venrayse bevolking toonde, gestoken in gloednieuwe uniformen, met voorop een heuse drumband
met tambour-maître. Geflankeerd door twee prachtige schellenbomen liep vol trots de vaandeldrager. Jaren later stond in de krant een oude foto van deze feestelijke gebeurtenis. Hij pakte de schaar en knipte het stukje, plakte het op een stuk karton dat hij goud verfde. Het kunstwerk kreeg als titel: GOUDDE TIJT. En hij besloot met de verzuchting: Dit was de goede oude tijt.

Lees meer...

Bijna dertig jaar lang nam Henri Welting in het Venrayse muziekleven een prominente plaats in. Hij was dirigent van de harmonie en van diverse zangkoren, waaronder het Venray‟s Mannenkoor en de gemengde zangvereniging Polyhymnia. Daarnaast was hijorganist en koordirigent van de Grote Kerk en was als muziekpedagoog verbonden aan het gymnasium en het pensionaat van Jeruzalem. Verder was hij nog dirigent van enkele muziek- en zangverenigingen in de omgeving en had hij veel particuliere leerlingen. Welting was een voortreffelijk organist, pianist en cellist. Zijn muzikale carrière in Venray begon in 1917. In 1945 kwam daar een abrupt einde aan wegens zijn vermeende pro- Duitse houding tijdens de oorlog. Hij werd door het kerkbestuur van al zijn functies ontheven en andere verenigingen volgden dat voorbeeld. Voor zijn ontslag werd geen verklaring gegeven. In het kerkarchief is over de kwestie niets terug te vinden. Welting werd geboren te Grave op 29 mei 1889. Hij huwde in 1918 met Maria Cox uit Venlo. Ze kregen zeven kinderen: Jozef, Anna, Antoon, Nelly, Henriette, Ria en Thérèse. De familie woonde aan de Stationsweg. Welting had veel bewonderaars. Zijn orgelconcerten werden druk bezocht. Na de oorlog werd hem verweten, dat hij te vriendelijk zou zijn geweest voor de Duitse bezetter. Hij werd voor nader verhoor aangehouden, maar al spoedig bleek dat alle verdachtmakingen ongegrond waren. In 1945 wilde Welting zijn werk als kerkorganist hervatten, maar
het kerkbestuur stak daar een stokje voor. Daarmee kwam een einde aan zijn carrière in Venray. Zijn zoon Toon Welting vertelde later daarover het volgende: “Vader was geen vechter. Hij was musicus en hij heeft in de oorlog wel eens vioolsnaren aan Duitse soldaten verkocht. Maar om dit uit te leggen als een “pro Duitse houding” gaat toch wel erg ver. De ware reden voor zijn ontslag was waarschijnlijk dat mijn moeder zich had aangesloten bij de Getuigen van Jehova.’s Avonds kwamen leden van de Katholieke Actie voor ons huis aan de Stationsweg demonstreren en riepen dan dat wij moesten vertrekken. We waren gedwongen om Venray te verlaten. We verhuisden naar Amsterdam. Vader bracht alleen de weekenden door in Amsterdam. ‟s Maandags reisde hij af naar Limburg. Hij sliep bij vrienden in Boxmeer of bij de Paters in Stevensbeek. Van daar ging hij dan per fiets van de ene plaats naar de andere om les te geven of om een repetitie te leiden. In 1977 werd hij opgenomen in het ziekenhuis van Roermond. Tijdens een bezoek van mijn moeder is hij daar toen heel rustig ingeslapen. Vader is 88 jaar geworden”. Het ontslag en de sociale verstoting waren voor de familie Welting traumatisch en heeft hun leven getekend. Drie dochters, Anna, Ria en Thérèse, pleegden zelfmoord. Anna wierp zich voor de trein en Ria sprong van een flatgebouw, twee dagen later gevolgd door Thérèse die het verlies van haar zuster niet kon verwerken. Mevrouw Welting overleed te Schaijk op 26 augustus 1990. Henri Welting, een musicus met hart en ziel, gevierd en verguisd.

Lees meer...

In 1925 bracht Koningin Wilhelmina een bliksembezoek aan Venray. Dat wil zeggen, Hare Majesteit kwam niet verder dan het station in Oostrum, waar ze even uit de trein stapte om zich aan den volke te tonen dat in grote getale was toegestroomd om een glimp van de Majesteit te kunnen opvangen. Het gemeentebestuur was dagenlang in de weer geweest met de voorbereidingen voor deze belangrijke gebeurtenis, en reeds uren van tevoren werd alle verkeer stilgelegd en mocht zelfs een boerenkar hier niet passeren. Overigens, ander verkeer was er nauwelijks, maar dat mocht de pret niet drukken. “Als we allemaal ons inzetten en de aanwijzingen van politie en marechaussee opvolgen, dan komt alles goed”, zo luidden de sussende woorden van burgemeester Oscar van der Loo in het plaatselijk weekblad Peel en Maas. De grote dag was aangebroken en er hing een bijzondere spanning in de lucht. Voor het stationnetje was een onder een baldakijn een zetel opgesteld, waarop Hare Majesteit plaatsnam om de hulde van haar onderdanen in ontvangst te nemen. Vertegenwoordigers uit alle lagen van de bevolking stonden keurig opgesteld voor het baldakijn. De Paters Franciscanen, de nonnen, de bruidsmeisjes, de padvinders, de boerinnen getooid met hun prachtige toeren, de Vrijwillige Garde, de schoolkinderen, het jongenskoor, de burgemeester, de dokter, de gemeentesecretaris, de notaris, kortom alle notabelen hadden hunne frak aangedaan en stonden bevend te wachten op het moment waarop ze de Koningin een hand mochten geven. Naar men zegt had de echtgenote van de notaris haar man dringen bevolen, na afloop zijn handen voorlopig niet te wassen, zodat ze er af en toe aan kon ruiken. Zegt men. En natuurlijk was daar de fanfare. Dat kon niet missen. Geen feest kon voorbijgaan, of er moest muziek bij gemaakt worden. Vlijtig hadden de muzikanten hun marsen ingestudeerd en de muziekinstrumenten extra blinkend opgepoetst. Want het was tevens een bijzondere feestdag voor de muziekvereniging die in dit Koninklijke jaar het 75-jarig bestaansfeest vierde. Ter gelegenheid van dit jubileum hadden enkele bestuursleden In het diepste geheim een verzoek ingediend ter verkrijging van het predicaat Koninklijk. Het driemanschap bestond uit beschermheer Jan Poels, president Sala en secretaris Piet Schols. Niemand anders mocht er van weten, alleen de burgemeester en zijn secretaris waren op de hoogte. Men had verwacht, dat de Koningin in haar dankwoord zou uitspreken “het heeft Ons behaagd om Venrays Fanfare het recht te verlenen tot het voeren van het predicaat Koninklijk”, maar helaas. Het had Hare Majesteit niet behaagd. De Gouverneur van Limburg, die om advies was gevraagd, had verklaard, dat de fanfare weliswaar een keurig gezelschap was, maar toch het vereiste niveau miste, om voor dit hoge predicaat in aanmerking te komen. De teleurstelling bij de drie initiatiefnemers was groot en om gezichtsverlies te voorkomen, besloot men om alle stukken van de aanvraag te vernietigen en alles onder de pet te houden. Een koninklijk geheim dat het driemanschap meenam in het graf. Nimmer is er binnen de vereniging over gesproken en niemand in Venray heeft ooit geweten, dat de grote Jan Poels, de machtige Sala en de gedienstige Piet Schols zo’n nederlaag hebben geleden. Totdat de geschiedvorser ging speuren in de archieven van het Koninklijk Huis in Paleis Noordeinde. En daar kwam het geheim boven water, alle stukken compleet in één dossier. Toch verwierf de harmonie later alsnog het begeerde predicaat, bij de viering van het eeuwfeest in 1960. Zo kwam alles nog goed. Foto: Groepsfoto van Venrays Fanfare bij gelegenheid van het 75-jarig bestaan in 1925.

Lees meer...

In 1928 werd in Venray een salonorkest opgericht. Hoewel het ensemble los stond van de fanfare, koos men toch voor de oude naam waaronder de fanfare in 1860 was opgericht: „Euterpe‟. De naam had in deze regio nog altijd een bekende en gunstige klank, en daar maakten de initiatiefnemers handig gebruik van. Het salonorkest stond onder leiding van pianist Piet Morrees uit Horst. Hij verongelukte bij een treinongeval op de overweg bij Blerick in 1930, toen de autobus gegrepen werd door de trein. De spoorbomen waren open blijven staan. Ook een lid van de fanfare, Frans Winckens de vaandeldrager, ook wel bekend als ‘Frans de viskel’, kwam daarbij om het leven. Piet Morrees werd opgevolgd door Tjeu Arts van de Marktstraat, die lid was van de fanfare evenals Jo Custers, Louis Custers, Har Swaghoven en Frans van Bergen. Het salonorkest werd dan ook door menigeen beschouwd als een afdeling van de fanfare, net als de toneelafdeling. Salonorkest Euterpe trad regelmatig op, de vergoeding bedroeg 15 gulden per avond, dus nog geen twee gulden per persoon, plus vrij drinken. De muzikanten lieten er zich graag op voorstaan, dat ieder van hen wel vier of vijf instrumenten bespeelde, wat schromelijk overdreven was. Ze betitelden zichzelf dan ook als musici. Dat klinkt toch wel wat anders dan ‘muzikant’. Jo Custers bespeelde de saxofoon en de klarinet, Louis Custers speelde dwarsfluit en viool en Frans van Bergen was een uitstekend saxofonist die ook de cello bespeelde die hij nota bene zelf had gebouwd. De gebroeders Jeuken waren redelijke violisten. Johan en Jeuken en Antoon Jeuken waren broers. Johan verwierf bekendheid als zondagsschilder van Venrayse taferelen. Antoon Jeuken was een verdienstelijk toneelspeler en speelde menige rol in de operettes van Polyhymnia die in de jaren vijftig zeer populair waren.

foto salonorkest euterpe

Foto: vlnr: Hub Custers (slagwerk), Jo Custers (saxofoon), Harrie Swaghoven (trompet), Piet Morrees (muzikaal leider en pianist), Frans van Bergen (cello)Louis Custers (viool en dwarsfluit), Johan Jeuken (viool), Antoon Jeuken (viool).

Lees meer...